Toepassing verlaagd tarief overdrachtsbelasting niet in strijd met gelijkheidsbeginsel

Printvriendelijke versie

Op 31 januari jl. heeft een rechter zich voor het eerst uitgelaten over de toepassing van verlaagde tarief van 2% in de overdrachtsbelasting. Op 1 juli 2011 is door het kabinet een persbericht naar buiten gebracht waarin werd aangekondigd dat de overdrachtsbelasting op woningen verlaagd wordt van 6% naar 2% voor de periode van 15 juni 2011 tot 1 juli 2012.

De Rechtbank Breda moest uitspraak doen in de volgende zaak:
Meneer X krijgt op 7 juni 2011 bij notariële akte een woning geleverd. De koopsom bedroeg € 156.500 en aan overdrachtsbelasting wordt een bedrag van € 9.390 (zijnde 6%) voldaan op 18 juli 2011.

Meneer X is van mening dat hem ten onrechte het verlaagde tarief van 2% is onthouden en beroept zich onder andere op het gelijkheidsbeginsel en de beginselen van behoorlijke wetgeving. De rechter komt niet aan de bezwaren tegemoet en stelt de Belastingdienst in het gelijk. De Rechtbank is van oordeel dat terecht 6% overdrachtsbelasting is voldaan, omdat ten tijde van de levering het tarief 6% bedroeg. Verder is de Rechtbank van oordeel dat de wetgever niet buiten de hem toekomende ruime beoordelingsvrijheid is getreden door de tariefsverlaging met ingang van 15 juni 2011 te laten ingaan. De wetgever had hiervoor namelijk goede redenen, zowel motieven op het gebied van rechtszekerheid (opgewekt consumentenvertrouwen door uitlatingen van het kabinet) als budgettaire motieven.

Niet een heel verrassende beslissing, maar naar verwachting is dit zeker niet de laatste rechterlijke uitspraak die verband houdt met de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting!

Bron: Rechtbank Breda 31 januari 2012, LJN BV7064.